Geopolitieke spanningen beïnvloeden inflatie via twee tegengestelde kanalen, blijkt uit onderzoek van DNB. Verstoringen van energiemarkten en toeleveringsketens drijven prijzen omhoog, terwijl afnemend vertrouwen en uitgestelde investeringen juist de vraag en daarmee de inflatie drukken.
Op basis van historische schokken zoals 9/11, de Irakoorlog en de oorlog in Oekraïne concludeert DNB dat het aanbodeffect doorgaans zwaarder weegt. Daarbij loopt de inflatie over 20 maanden gemiddeld met 0,3 procentpunt op, terwijl de industriële productie al na drie maanden met 0,6 procentpunt daalt. Minstens zo belangrijk is de onzekerheid die geopolitieke spanningen met zich meebrengen. In het scenario met zeer hoge inflatie loopt de stijging op tot 0,6 procentpunt na twaalf maanden, ongeveer het dubbele van het zeer lage scenario. Die grotere spreiding in uitkomsten is zelf een voorspeller van hogere inflatie.
Voor centrale banken betekent dit dat een ‘looking-through’-aanpak, waarbij tijdelijke aanbodschokken worden genegeerd, bij langdurige spanningen risicovol is. Zelfversterkende loon-prijsspiralen liggen op de loer. DNB pleit daarom voor scenarioanalyse naast het basispad, zoals de ECB die inmiddels ook hanteert.
Link naar artikel: https://www.dnb.nl/algemeen-nieuws/achtergrond-2026/wat-betekenen-geopolitieke-spanningen-voor-inflatie/



