Kunstmatige intelligentie kan de Nederlandse economie productiever en welvarender maken, maar die winst komt niet vanzelf. Dat concludeert De Nederlandsche Bank in de analyse ‘De economische impact van AI in Nederland’, die op 2 november verscheen. DNB noemt drie voorwaarden: bedrijven moeten toegang hebben tot goede AI-technologie, die productief toepassen en vervolgens kunnen groeien.
Nederland beschikt over een goede digitale infrastructuur, een hoogopgeleide beroepsbevolking en veel kennisintensieve dienstverlening. Nederlandse bedrijven lopen binnen Europa voorop in het gebruik van AI, maar de adoptie is ongelijk verdeeld. Grote bedrijven en digitaal intensieve sectoren lopen voor, kleinere bedrijven en sectoren als bouw, transport en horeca blijven achter. Juist kleinere bedrijven kunnen via clouddiensten en software profiteren zonder zelf AI te ontwikkelen.
DNB vraagt aandacht voor betrouwbare en betaalbare toegang tot modellen, data en rekenkracht, zonder afhankelijkheid van één aanbieder. Het effect op de werkgelegenheid is onzeker, maar de inhoud van veel banen verandert. Werkgevers moeten werknemers vroeg betrekken bij de inzet van AI. Ook de inflatie kan beide kanten op: investeringen in chips en datacenters zorgen voor kostendruk, hogere productiviteit op termijn voor verlichting.


